Waarom de Cholesterol- theorie van uw dokter niet klopt

Waarom de Cholesterol- theorie van uw dokter niet klopt
21 oktober 2019 lenkeisupport

“Waarom zijn er geen overtuigende resultaten die de correctheid van de officiële opvatting onderschrijven?

Heeft u ergens enthousiaste verslagen gelezen waarin mensen vertellen hoe hun situatie verbeterd is?

Of net het omgekeerde?

Is het aantal mensen dat wereldwijd lijdt aan ziektes die worden toegeschreven aan cholesterol, misschien toegenomen?

Ik denk dat u op die laatste vraag zelf het antwoord wel weet.”

Dr. Gábor Lenke

Gemanipuleerde
onderzoeksdata

De theorie dat cholesterol de kans op hart en vaatziekten zou verhogen komt van een studie van Ancel Keys*.

De studie ‘The Seven Country Study’ werd in 1953 gepubliceerd.

In deze studie komt Keys tot de conclusie dat vet eten de kans op hart- en vaatziekten verhoogt.

Later bleek dat het onderzoek over 22 landen ging, maar dat Keys slechts de data van 7 landen gebruikte omdat die zijn hypothese ondersteunde.

Als de data van alle 22 landen gebruikt zou zijn, zou er nooit tot de conclusie gekomen zijn dat vet eten de kans op hart- en vaatziektes verhoogt.

Hij heeft dus de data gemanipuleerd en alleen die gebruikt die zijn hypothese ondersteunde.

Hij heeft hiermee de complete medische wereld op het verkeerde been gezet.

Doctoren hebben door hem al vele tientallen jaren, geheel ten onrechte, vet eten afgeraden.

Vele studies hebben de conclusies van Keys allang weerlegt.

* Ancel Benjamin Keys (Colorado Springs 2 januari 1904 – Minneapolis, 20 november 2004) was een Amerikaans wetenschapper die de invloed bestudeerde van voeding op de gezondheid. Hij is vooral bekend door zijn onderzoek naar de invloed van voeding op hart- en vaatziekten. Keys stond op het titelblad van Time in januari 1961.

Waarom geen
resultaten?

The proof of the pudding is … in the eating*

Ik heb enkele belangrijke vragen:

Waarom is men er na die decennialange strijd nog niet ingeslaagd die gevreesde cholesterol te overwinnen?

Waarom is het aantal mensen dat aan cholesterol toegeschreven ziektes (aderverkalking, hartaanval, hersenbloeding,…) lijdt, nog niet aanzienlijk gedaald?

Waarom zijn de mensen niet heel wat gezonder geworden?

Was het wel de moeite om vetarme melk te drinken?

Om slagroom en kaas met een verlaagd vetgehalte te eten?

Om vettig vlees te vermijden en geen eieren te eten?

Is gebleken dat de cholesterolverlagers nut hebben?

In het kort: Waarom zijn er geen overtuigende resultaten die de correctheid van de officiële opvatting onderschrijven?

Heeft u ergens enthousiaste verslagen gelezen waarin mensen vertellen hoe hun situatie verbeterd is?

Of net het omgekeerde?

Is het aantal mensen dat wereldwijd lijdt aan ziektes die worden toegeschreven aan cholesterol, misschien toegenomen?

Ik denk dat u op die laatste vraag zelf het antwoord wel weet.

* The proof of the pudding is in the eating: Letterlijk betekent dit de proef (op de kwaliteit) van een pudding ligt in het eten ervan. Hier als spreekwoord figuurlijk bedoelt in de betekenis van: alleen in de praktische toepassing kan de kwaliteit van iets blijken

Vroeger had ik
ook geen twijfel

Ik moet toegeven dat ik vroeger – als jonge, net afgestudeerde dokter – de officiële theorie ook zonder twijfel aannam.

Ik achtte die theorie wetenschappelijk bewezen en onweerlegbaar.

Ik vond het vanzelfsprekend, dat alles wat men mij geleerd had ook klopte.

Het kwam zelfs niet in mij op om de resultaten ervan te controleren.

Het is evenwel eenvoudig.

Als er geen resultaten zijn – en dan bedoel ik overtuigende resultaten – dan klopt er iets niet met de officiële theorie.

Ik ben dus enkele elementen van de heersende opvatting in detail gaan onderzoeken.

Natuurlijk op strikt wetenschappelijke basis.

Hoe meer onderzoek ik deed, hoe meer wetenschappelijke kennis opdook die mij het huiveringwekkende gevoel gaf, dat de officiële theorie niet meer is dan een verroest, schadelijk dogma.

Welke theorie wordt
gehanteerd?

Waarom veroorzaakt cholesterol nu ook al weer aderverkalking?

Ik geef u de officiële verklaring:

De receptortheorie.

Wees niet bang van het vreemde woord.

In ons geval betekent “receptor” gewoon “portier”.

Zoals een receptionist.

Iemand die de genodigden ontvangt en alleen mensen binnenlaat, die het recht hebben om daar te zijn.

Het woord receptor komt van het Latijnse receptum: aannemen, opnemen.

Een van de belangrijkste onderdelen van onze cellen is het enorm veelzijdige en heel intelligente celmembraan dat het oppervlak van de cel bedekt.

Onze cellen nemen via het celmembraan essentiële voedingsstoffen op.

Ze gebruiken het celmembraan ook om de afvalstoffen te verwijderen die ontstaan bij het uitvoeren van de levensfuncties.

Een van de belangrijkste taken van het celmembraan is beslissen “wie” vrije toegang krijgt tot de cel.

De natuur heeft dat geregeld.

In het oppervlak van de cel (in het celmembraan) werden kleine mechanismen ingebouwd: de receptoren, oftewel portiers.

Die zijn gespecialiseerd in het herkennen en doorlaten van bepaalde stoffen.

In het celmembraan zitten verschillende soorten receptoren, want elke receptor kan slechts bepaalde stoffen herkennen en doorlaten.

 

Op het eerste
gezicht …

Cholesterol wordt in de grootste hoeveelheid geproduceerd door de lever en de dunne darm.

Het zijn vooral die organen die heel ons lichaam van cholesterol voorzien.

Ze geven de geproduceerde hoeveelheid af in het bloed en zo komt de stof dan tot in alle hoekjes en gaatjes van ons lichaam.

Tot bij de cellen.

Volgens de medische wetenschap zijn het de kleine cholesterolreceptoren (de behulpzame portiers) van het celmembraan die de cholesterol helpen om de cellen binnen te komen.

De receptortheorie stelt het volgende:

Een hoog cholesterolgehalte ontstaat ofwel omdat de cholesterolreceptoren van het celoppervlak volledig ontbreken, ofwel omdat hun aantal aanzienlijk is gedaald.

Als gevolg daarvan kunnen onze cellen de geproduceerde of opgenomen cholesterol uit het bloed niet binnenlaten (niet opnemen dus). Daarom blijft de cholesterol in de bloedvaten zitten en schiet het cholesterolgehalte omhoog.

Er zal dan in het bloed te veel cholesterol aanwezig zijn en dat slaat dan neer in de bloedvaten.

In de neergeslagen cholesterol stapelt zich na verloop van tijd kalk op.

Dat steeds omvangrijkere gezwel vernauwt het bloedvat en zorgt er zo voor, dat minder bloed dat deel van het lichaam bereikt.

Daarom lijkt het onvermijdelijk om een cholesterolvrij dieet te volgen en zogenaamde cholesterolverlagers te nemen die de natuurlijke productie van de stof verhinderen.

Op het eerste gezicht ziet die theorie er best goed uit.

Maar ernstige gevolgen
indien waar

Als de cholesterol in het bloed blijft zitten, krijgen de cellen het niet.

En dat terwijl de stof toch noodzakelijk is voor hun levensfuncties.

Dat zou op heel korte tijd toch zeer ernstige gevolgen moeten hebben.

Al na enkele dagen zouden er immers geen stress- en geslachtshormonen en geen vitamine D meer worden geproduceerd.

Al na enkele dagen zou het celmembraan ernstige schade ondervinden, wat vermoedelijk tot een snelle instorting van het lichaam zou leiden.

Dat zou misschien gebeuren nog voordat de – in zo’n geval onvermijdelijke – problemen met het zenuwstelseloptreden.

Door de schade aan onze hersenen zouden we gewoon geen tijd meer hebben om ons af te vragen waardoor onze spijsvertering zo snel verslechterd is.

Ik denk dat, als deze theorie correct zou zijn, de mens in kwestie allang op zijn laatste reis vertrokken zou zijn voor de minste tekenen van de aderverkalking nog maar zichtbaar zouden worden.

Het feit dat onze cellen geen cholesterol zouden kunnen opnemen is zo ernstig, dat we er niet langer dan een paar weken mee zouden kunnen overleven.

Lees verder in het boek

Cholesterol is niet schadelijk
van dr. Gábor Lenkei

En lees alle argumenten waarom de cholesterol-theorie niet kan kloppen!


Gábor Lenkei
Uit het boek ‘Cholesterol is niet schadelijk’ van dr. Gábor Lenkei